Zuid-Tirol: waar de Dolomieten op Italië botsen

Er zijn van die bestemmingen die je pas écht begrijpt als je er bent. Zuid-Tirol is zo'n plek. Op de kaart lijkt het een onbeduidend stukje Noord-Italië — klem tussen Oostenrijk en de rest van het land. Maar wie er voor het eerst aankomt, begrijpt onmiddellijk waarom dit gebied tot de meest geliefde camperbestemmingen van Europa behoort.

Hier botsen twee werelden op elkaar. De Tiroler Alpentraditie — met haar houten chalets, klederdracht en schnapskastjes — en de Italiaanse levensvreugde, met haar buitenterrasjes, espresso op het piazza en de geur van tiroler speck uit de delicatessenwinkel. Het resultaat is een uniek hybrid-karakter dat je nergens anders zo puur aantreft.

Van Sterzing naar Reschensee: 12 dagen door het hart van de Alpen

Onze route begint in Sterzing (Vipiteno), vlak over de Brennerpas. Dit is de Gotische Stad van de Alpen — een eretitel die je begrijpt zodra je door de middeleeuwse Lauben-arcade loopt. De overdekte booggewelven stretchen zich 600 meter lang door het stadcentrum, gevuld met lokale delicatessen, keramiekwinkels en cafés.

Van Sterzing rijd je zuidwaarts richting Brixen, de oudste stad van Tirol. De romaanse Dom met zijn 15e-eeuwse kloostertuin is een must. Maar net zo indrukwekkend is de aankomst: de stadspoort, de witte pleinen, het gevoel dat de middeleeuwen nooit echt zijn weggegaan.

Door het Eisacktal naar Bolzano

De weg door het Eisacktal is werkelijk schitterend voor campers. De snelweg neemt de meeste doorgaand verkeer op, waardoor de parallelle Brennerstraße bijna leegl wordt. Je rijdt letterlijk door wijngaarden, langs robuuste middeleeuwse kastelen op bergranden en door authentieke dorpjes die nog nooit door massatoerisme zijn aangeraakt.

Klausen (Chiusa) is een van die dorpjes. Verstopt in een bocht van het Eisacktal, beheerst door de Säben-abdij hoog op de rots erboven. De middeleeuwse huizen zijn kleurig geschilderd, het centrale plein is precies groot genoeg voor een echt lokaal café.

Bolzano (Bozen) is de hoofdstad — en verrast. Het is groter dan je verwacht, levendiger en kosmopolitischer. Het Ötzi-museum (met de 5.300 jaar oude ijsmummie) is een must voor cultuurliefhebbers. De Walther-Platz in het centrum is het kloppende hart van de stad, met zijn buitenterrasjes in de schaduw van de gotische Dom.

De Dolomieten in: Seiser Alm en het Pustertal

Seiser Alm (Alpe di Siusi) is een van de fotogeniekste plekken die je op een campervakantie kunt bezoeken. Het is het grootste hooggelegen alpenweide van Europa — een eindeloos plateau op 1800 meter hoogte, omgeven door de imposante Dolomieten-toppen. De tolweg is 's ochtends vroeg open voor campers; daarna kun je omhoog met de kabelbaan.

Via Bruneck, het levendige centrum van het Pustertal, rij je naar Innichen (San Candido), het meest oostelijke punt van onze route. De romaanse collegiale kerk uit de 12e eeuw is de mooiste van de Tiroler Alpen. Van hieruit is het een kwestie van terugrij richting westen — maar nu via de andere kant.

Merano, wijnbouw en het eindpunt

Merano (Meran) is het mediterrane juweel van Zuid-Tirol. De stad is warmer dan de rest, beschermd door de omringende bergketen, en dat merk je aan de palmbomen op de promenade. De Tappeiner Weg — een wandelpad hoog boven de stad — geeft het mooiste panorama-uitzicht.

Naturns en Glurns zijn twee dorpjes die je normaal gesproken links zou laten liggen op een drukke zomervakantie. Juist dat mist je dan. Naturns heeft het oudste fresco van Noord-Europa in zijn dorpskerk. Glurns is de kleinste ommuurde stad van de Alpen — een middeleeuwse tijdcapsule met 900 inwoners die nog steeds worden beschermd door authentieke stadspoorten.

Het mysterie van Reschensee

De route eindigt bij Reschensee (Lago di Resia) — en dat is een einde dat je niet gauw vergeet. In 1950 werd een heel dal geïnundeerd voor een stuwmeer. De bewoners kregen gedwongen nieuwe woningen. Maar de klokkentoren van het verdronken dorp Graun steekt nog steeds boven het wateroppervlak uit. Op stille ochtenden, met mist over het meer en besneeuwde bergtoppen op de achtergrond, is het beeld een van de meest onwerkelijke en mooiste die Zuid-Tirol te bieden heeft.

Praktische informatie

Beste periode: Mei–juni of september–oktober. Juli en augustus zijn mogelijk maar drukker en warmer.

Rijden met een camper: De meeste wegen in Zuid-Tirol zijn prima berijdbaar voor campers tot 7 meter. De tolweg naar Seiser Alm heeft hoogtebeperkingen — check vooraf. De Reschenpass en de meeste bergpassen zijn goed berijdbaar.

Kamperen: Zuid-Tirol heeft een uitstekend aanbod van gecertificeerde campings, maar ook veel mogelijkheden voor wild kamperen in de vallei (check altijd lokale regels). Camperserviceplekken zijn er bij vrijwel elke grotere gemeente.

Wat te eten: Speck (gerookt vlees), Schlutzkrapfen (gevulde pasta), Knödel (meel- of broodkluten), Südtiroler Weinsuppe, en de lokale Lagrein- of Vernatsch-wijn.


Deze route is samengesteld op basis van eigen reiservaring en aangeraden door de CamperRoam-community. Alle vermelde openingstijden en toegankelijkheid zijn onder voorbehoud — controleer altijd ter plekke.